Giro del Parco Nazionale Gran Paradiso

Toen Vittorio Emmanuele II in 1856 het gebied rond de 4.061m hoge Gran Paradiso als koninklijke jachtreservaat uitriep, wilde hij hiermee de steenbok van zijn ondergang redden…en ongetwijfeld ook zijn eigen belangen behartigen. Het dier met de stevige hoorns deinst voor niemand achteruit maar is daardoor ook een makkelijk doelwit. In 1919 zorgde zijn troonopvolger dat het gebied staatseigendom werd en enkele jaren later was het eerste Italiaanse Nationale Park een feit. De Capra Ibex overleefde en spreidde zich terug over de Alpen uit, een handje geholpen via herintroducties.

In 8 dagen trekken we in een grote lus door het nationaal park, via een zelf verzonnen aaneenschakeling van gemarkeerde wegen en één off-trail-verbinding. Bivakkeren is verboden maar gezien de kleine gele bivakhutjes in 2020 ontoegankelijk bleken wegens Covid, zat er dat jaar niets anders op.

Dag 1: Valnontey naar Bardonney via Cogne

Afstand: 13,9km 
Stijgen: 872m, dalen: 312m

De grenzen zijn nog maar sinds half juni terug open, en de start van de zomervakantie kondigt zich rustig aan op de camping van Valnontey. Vandaag staat een inloopdag op de planning. Via een breed wandelpad langs een bergrivier dalen we af naar het gezellige Cogne. De grote vierkante taart die we in de bakkerij kopen, blijkt niet goed in de rugzak te passen en wordt zonder morren naar binnen gespeeld.

Er is nog wat verteertijd op weg naar Lillaz waar het echte klimwerk begint. Langsheen enkele mooie watervallen gaat het stevig omhoog naar Lac de Loie. Met de benen zit het goed, of toch die van mij. Terwijl Ivo op twee wielen de snelste is in de bergen, ben ik dat op twee benen. Een prachtig zicht over de vallei van Cogne ontvouwt zich als we even achterom kijken.

Gezien je als bergwandelaar vooral naar je voeten zit te turen, krijg je ook veel bloemen te zien. De alpenanemoon (witte kroonbladeren met geel hartje) geeft blijk van een kalkrijke ondergrond. Ook de blauwe gentiaan is makkelijk te herkennen, je vindt ze vaak in twee variëteiten: lentegentiaan met de kleine bloemetjes en Kochs gentiaan met de grotere klokken. De Berghuislook slaat zijn energie in zijn blaadjes op en de roze bloemen torenen hoog boven de grond uit, om op die manier meer insecten aan te trekken. En de frêle paarse ‘Soldanelle des Alpes’ duikt typisch op net nadat de sneeuw weggesmolten is.

De dag startte erg zonnig maar de wolken zien er steeds grijzer en dreigender uit, en net voorbij de schapenboerderij van de Vallon De Bardonney voelen we de bui hangen. Tijd om de tarp te zetten…en best zo snel mogelijk. Net als de laatste haring de grond is ingeduwd, breekt een stevig onweer los. We duiken letterlijk weg uit de hagelstorm. Tijd voor een siësta die uiteindelijk de rest van de namiddag gaat duren…

Dag 2: Bardonney naar Grange Umbrias via Colle di Bardonney en Colle Valletta o Finestra

Afstand: 12,9km
Hoogtemeters: 968m stijgen, 1008m dalen

Via een weinig belopen pad gaat het rustig omhoog naar de bergpas. De eerste steenbokken duiken op. Het zijn enkele mannetjes, duidelijk herkenbaar aan hun dikke hoorns die naar achteren gekruld zijn. Enkel in de bronstijd, december-januari, zoeken zij de vrouwtjes op die de rest van het jaar samen met hun jongen in kuddes leven.

Via een uitgestrekt en schijnbaar onaangeroerd sneeuwveld bereiken we Colle di Bardonney. Het is mij al snel duidelijk dat we iets te westelijk zitten. De afdaling lijkt doenbaar maar het blokkenveld is toch wat groter dan ingeschat. Hier zijn we wel eventjes zoet mee. Terwijl wij zitten te zweten, zoekt een grote groep gemzen verkoeling in een sneeuwveld boven ons.

Touwen hangen op weg naar de Colle Valletta o Finestra. De wolken komen op en laten slechts enkele korte glimpen toe op de vele drieduizenders rondom ons. Bij Lago della Valletta komen we de eerste dagwandelaars tegen.

Boven de Grangia Vasinetto kijken we uit over de impressionante Valle di Forzo, een wilde en groene vallei met steile rotswanden.

Hogerop bij de Grange Umbrias gaan we bivakkeren. Ik geniet nog wat na op een mooi uitzichtspunt van de zonsondergang.

Dag 3: Grange Umbrias naar Lago Nero via Passo di Lago Gelato, Passo dell’ Alpuggio en Passo di Destrera

Afstand: 10,1km
Hoogtemeters: 1069m stijgen, 801m dalen

Tegen de verwachtingen in blijken er gloednieuwe witrode paaltjes te staan richting de Passo di Lago Gelato. De markering is er, het pad nog niet, en het gaat recht omhoog door weerspannige rhododendronstruikjes.

Na een erg steil sneeuwveld staan we boven op de col. Lago Gelato heeft zijn naam niet gestolen. Zelfs begin juli is het meer nog dichtgevroren.

Vanaf nu zijn we op onze eigen ervaring aangewezen om ons een weg te zoeken naar Passio dell’Alpuggio. Op de kaart lijkt de steiltegraad mee te vallen maar het terrein is best chaotisch. We banen ons een weg langs gigantische rotsplaten, gladgepolijst door verdwenen gletsjers. Af en toe springen we eens een riviertje over. Daarna zijn het blokken, blokken en nog eens blokken op weg naar de pas.

Daar zijn de wolken weer die na de middag altijd komen aandrijven, vanuit de Povlakte. Gelukkig is er net genoeg zicht om het terrein nog te kunnen lezen. Een laatste stevige afdaling en we staan terug op een pad. Mission accomplished!

We heisen ons nog een laatste keer omhoog over de Passo di Destrera om dan bij Lago Nero neer te strijken. Het vet is van de soep en we zijn op een prachtbivakplek terechtgekomen. De grootse omgeving voor ons alleen. Het summum van een kampeertrekking!

Dag 4: Lago Nero naar Vallone di Ciamousseretto via Bocchetta di Valsoera, Colle dei Becchi en Bocchetta del Ges

Afstand: 19,3km
Hoogtemeters: 1613m stijgen, 1660m dalen

Bij het stuwmeer van Lago Di Valsoera gaat het plots terug in de tijd. Het nationale park werd in zijn beginjaren al snel bedreigd door grote hydro-elektrische projecten en daarna door militaire aanwezigheid.  In een oud liftstation dat werd gebruikt om materiaal aan te leveren, lijkt het alsof men daar halsoverkop vertrokken is. De plannen liggen nog in de oude machinekamer, een gele liftcabine hangt er werkloos bij.

Op de bijna loodrechte dam zien we een kudde steenbokken grazen. Indrukwekkend met welk gemak ze zich voortbewegen. Hun korte poten zorgen ervoor dat het zwaartepunt zich dicht bij de grond bevindt, en hun speciale hoeven geven veel grip.

Nabij de Passo di Valsoera staan we plots oog in oog met twee vervaarlijk blaffende herdershonden, die de schapen achter hen beschermen en ons op een afstand willen houden. Maar de pas is zo steil en smal dat we de kudde niet kunnen omzeilen. Gelukkig steekt de herder net op tijd zijn kop op en kunnen we alsnog passeren.

We komen in een spectaculaire vallei terecht. Het smalle pad slingert langs de heel steile bergflank verder naar Rifugio Pontese. Hier en daar hangen kabels op het bij wijlen glibberige en rotsige parcours. Voorzichtigheid is de moeder van alle bergwandelaars.

Op het zonnige terras van de berghut strijken we neer. Even terug in de coronawereld hier, met handgel en mondmaskerplicht, al geeft de huttenwaardin te kennen dat ze er niet te veel van wakker ligt. Met een dubbele portie taart en een cola, kunnen we weer even tegen.

De klim naar Colle dei Becchi is schitterend mooi maar ook heel stevig. De laatste honderden klimmeters is het laveren over uitgestrekte sneeuwvelden. De meeste wandelaars lijken hier om te keren, want er ligt nog geen spoor naar Bivacco Ivrea. Het is flink stampen om treden te hakken in de sneeuw met onze bergschoenen. Een paar stijgijzers was toch geen overbodige luxe geweest.

Hoge grijze bergen omringen ons. Alweer een omgeving om U tegen te zeggen. De schoenen moeten uit voor een eenvoudige doorwading door ijskoud smeltwater en over scherpe stenen. Surfschoentjes waren hier van pas gekomen, maar ook die liggen nog thuis.

Alpe la Motta, Alpe di Goui en Alpe la Bruna,  allemaal idyllische groene ‘pelouzes’ om de tarp neer te zetten, maar Ivo wil nog een beetje verder zetten. De laatste energiedruppels worden ingezet op weg naar de Bochetta del Ges. Een stuk chocolade op de col is de beloning en moet ons nog wat moed geven.

We strijken neer nabij een naamloos meertje in Vallone di Ciamousseretto na een lange dag. Noodles, pindanootjes en een avondmaal met zelfgedroogde voeding zijn het enige dat ons nog interesseren.

Dag 5: Vallone di Ciamousseretto naar Laghi Losere via Colle della Porta en Colle della Terra

Afstand: 18,8km
Hoogtemeters: 1106m stijgen, 997m dalen

Na een deugddoende nachtrust en een stevige havermoutpap zijn de batterijen terug opgeladen. Alweer een zonnige dag, we zijn met ons gat in de boter gevallen. De uit de kluiten gewassen berghut bij Gran Piano is niet toegankelijk voor het publiek, blijkt als we elke deur eens geprobeerd hebben. Bivakkeren was dus de enige optie.

Een panoramapad slingert langs de flank naar Lago di Broglio. Alsof we uit de hemel neerkijken, zien we enkele boerderijen, grazende koeien temidden een meanderende rivier en een prachtige waterval.

Bivacco Giraudo is een geel geverfd blikken bivakhutje temidden een impressionant keteldal. Drieduizenders liggen als een hoefijzer rond ons heen. Watervallen storten zich van de steile rotsen. Vanaf het kleine plateau hebben we een open zicht zuidwaarts richting de Povlakte waar cumuluswolken zich terug aan het vormen zijn door de stijgende warme lucht. Voorlopig blijven ze ginder, de vraag is voor hoe lang nog.

Het hutje zelf is toegankelijk maar op tafel ligt de instructie om hier niet te slapen. De 3 bedden aan weerszijden mogen enkel in uiterste nood gebruikt worden. Jammer, want dit is echt wel een bijzondere plek.

De route naar Colle della Porta, die de 3000m overstijgt, belooft terug stevig te worden. De sneeuwvelden liggen er alweer maagdelijk bij. Af en toe zijn de contouren van het wandelpad nog herkenbar, maar geregeld ook niet. We zoeken ons zelf een weg naar boven. Het voelt een beetje als pionieren aan.

De afdaling naar Lago Lillet is al even wit, slechts enkele sikkels in het meer zijn ijsvrij. Het is hier minder steil en in telemarkstijl dalen we af. Het zigzagpad naar Colle della Terra is door het witte goedje op de steile flank wat precair. Enkele gemzen kijken ons meewarig aan. Herkenbaar aan hun fijne hoorns en gestreepte kop. Ze zijn veel schuwer dan steenbokken en zetten het al snel op een lopen.

Op de Punta Rocchetta kijken we uit over de brede Valle Orco. Langs de westelijke kant ziet de wereld er gans anders uit. Er is geen vlokje sneeuw meer te bespeuren, wel een slingerend pad temidden een zandkleurige grintflank.

Het pad blijft verder op hoogte en is een overblijfsel van het netwerk van muilezelpaden dat Vittorio Emanuele II tussen 1860 en 1863 liet aanleggen. Net breed genoeg om de koning en zijn hofhouding via koetsen te kunnen vervoeren naar hun jachtpaviljoen.

Intussen kijken we uit naar een mogelijke bivakplek maar kieskeurig als we zijn, duurt het tot Laghi Losere voor we neerstrijken. Ook dat is geen ideale plek maar het uitzicht is top, er is water in de buurt…en mijn vat is af.

Dag 6: Laghi Losere naar Rhêmes-Notre-Dame via Colle del Nivolet en Col Leynir (+ klim naar Taou Blanc)

Afstand: 22,6km
Hoogtemeters: 1075m stijgen, 1811m dalen

De ochtendzon zet de schijnwerpers op de bergen. Een ‘mer de nuages’ heeft zich door inversie gevormd op lagere hoogte. Koude lucht zit gevangen in het dal doordat het op hoogte sneller opwarmt. Het is best fris geweest afgelopen nacht, speciale ijsvormen hebben zich gevormd op het meeroppervlak.

Op de Colle del Nivolet zien we voor het eerst terug auto’s, dat is altijd wat wennen. Maar we zijn de asfaltweg vlug terug vergeten als we koers zetten naar Col Leynir. Uitgestrekte diepblauwe meren liggen op de hoogvlakte van Plan Rosset. Elke dag brengt nieuwe landschappen. Een boeiend wandelgebied!

Hier ligt wel al een duidelijk uitgetreden spoor in de sneeuw, gezien de vlotte bereikbaarheid voor dagwandelaars. Op de hoge bergpas laten we de rugzakken achter en nemen enkel het hoogstnodige mee (EHBO, water, eten, een jasje en een noodbaken) richting de Taou Blanc (3.438m). Ondanks de grote hoogte is de route helemaal sneeuwvrij. De westflank krijgt veel zon.

Oostwaarts pronkt de Gran Paradiso die tot 4.061m reikt en best populair is bij alpinisten. Westelijk zien we het ganse Mont Blanc-massief liggen met zijn gletsjers en steile rotswanden. Er staat geen vleugje wind en het is verleidelijk om een lange siësta te nemen, maar er staat nog een serieuze afdaling te wachten.

Ivo krabt even in zijn haar als hij me bezig ziet, maar eenmaal hij zelf op de ijzeren treden staat die zijn aangebracht op de steile rotswand, merkt hij hoe groot de stappen wel zijn. Met een zware rugzak niet van de poes. Behoedzaam dalen we af.

In plaats van de zomerroute te volgen, hoppen we van het ene naar het andere sneeuwveld rechttoe rechtaan de berg af. Dit is de snelste weg, en pas bij de Torrent de la Vaudalletaz staan we terug op een pad.

De temperatuur is nu echt aan het oplopen en de afdaling begint stilaan door te wegen. Frisgroene lorken bieden een welkome schaduw. Het is wat kilometers malen naar Rhêmes-Notre-Dame. Veel oog voor de idyllische gehuchtjes met de vele natuurstenen huizen hebben we niet meer. We hunkeren naar verkoelend zoete frisdrank en ijscrème.

Bij de kruidenierszaak strijken we neer en doen we ook wat bevoorrading. Onze nobele poging om een bivakplaats te versieren bij de rangers van het nationaal park vangt bot. ‘Bivakkeren mag niet’ en ‘nee, hier is geen camping’. Er zit niets anders op naar een discrete plaats op zoek te gaan en die vinden we in een bos dat volgepoept is door een kudde schapen. Het avondeten delen we samen met de lokale muggenpopulatie. Tja, bivakkeren, ’t is niet altijd rozengeur en maneschijn.

Dag 7: Rhêmes-Notre-Dame naar Valsavarenche via Col Entrelor (+ klim naar Pointe Percià Sud)

Afstand: 20,4km
Hoogtemeters: 1541m stijgen, 1712m dalen

We zijn op de Alta Via nr. 2 terechtgekomen, ook wel de Alta Via dei Giganti (Reuzen) genaamd, die samen met zijn broertje nr. 1, de ganse Aostavallei omsluit. Gelukkig dat we houden van de nodige hoogtemeters, want Col Entrelor ligt op 3.008m en dat betekent behoorlijk wat klimmen vandaag. En onze honger naar toppen is nog niet verzadigd, want we trekken nog wat verder naar Pointe Percià Sud (3.225m).

Bij Lac Noir laten we de oververhitte voeten even afkoelen, terwijl de zon genadeloos onze hersenen verder op kooktemperatuur brengt. Heet, heter, heetst.

Een vlakke plaats voor de tarp is in geen mijlen te bespeuren, dus gaat het verder omlaag naar Eaux Rousses. Intussen lijken we twee kerncentrales die dringend nood hebben aan wat vers koelwater. Na een terrasje zijn we terug op een iets gezondere lichaamstemperatuur voor de laatste kilometers naar Camping Grivola. Intussen 7 dagen op stap is een douche welgekomen en ook wel een beetje broodnodig als je terug onder de mensen wilt komen.

Dag 8: Valsavaranche naar Valnontey via Col Lauson

Afstand: 20,9km
Hoogtemeters: 1709m stijgen, 1660m dalen

Onze laatste etappe gaat op dezelfde teneur verder als de afgelopen dagen. Col Lauson ligt op 3.296m, een luttele 1700 meter hoger. Dat belooft. Gestaag maar zeker stappen we de flank omhoog, elk op ons eigen tempo. Wolken zijn aan het opzetten. Het weer is aan het kantelen. We zijn voldoende vroeg gestart om de pas over te zijn voor de condities slechter worden.

Na het overwinnen van een hoog sneeuwmuurtje in de afdaling duiken opeens twee steenbokken op. Die zijn niet meteen van plan hun poep te lichten en bieden met plezier hun stoïcijnse blik aan voor de foto. We proberen ze te omzeilen, kwestie van niet van de berg geramd te worden door hun stevige hoorns.

Rifugio Vittorio Sella is een voormalig jachtpaviljoen van de Italiaanse koning en nu één van de bekendste berghutten van het gebied. Met een dreigend onweer in de lucht besluiten we toch om binnen een spaghetti te eten.

Voor we het weten staan we terug in het dal waar we door een fikse regenbui verwelkomt worden.  Een stevige maar memorabele tocht.


PRAKTISCHE INFO

MOEILIJKHEIDSGRAAD

Deze tocht is enkel geschikt voor ervaren bergwandelaars met een heel goede fysieke conditie en voldoende tredzekerheid, vandaar de keuze voor niveau 4. Bovendien zit er ook een off-trailsectie in waarvoor je de nodige ervaring nodig hebt, zowel in het zoeken naar een goed parcours (al zal de GPX alvast helpen) als het laveren over steile flanken & blokkenterrein. Je kan dit omzeilen maar zal dan flink moeten omlopen. Meer info over de moeilijkheidsgraad van tochten in dit bericht.

Heb je nog niet zoveel ervaring, dan raad ik aan de Alta Via nr. 2 van de Aosta Vallei te volgen. Deze is bewegwijzerd, blijft aan de noordzijde van het Nationaal Park en daar zijn ook veel meer bemande berghutten die een huttentocht mogelijk maken.

REISPERIODE & SEIZOEN

We liepen deze tocht van 3 juli t.e.m. 10 juli 2020. Er lag nog veel sneeuw op de hogere cols (2.500-3.000m) en regelmatig waren we de eerste die een bergpas overstaken. Heb je weinig ervaring met sneeuwvelden, dan raad ik aan de tocht te ondernemen later in het jaar. Gezien de grotere hoogtes en het stevige terrein beperkt de periode waar je de tocht kan doen zich tot begin juli – half/eind september. Zelfs midden de zomer is een sneeuwbui nooit uitgesloten bij de passage van een koufront bijvoorbeeld.

BENODIGD MATERIAAL

Je hebt geen specifiek materiaal nodig voor deze tocht. De meeste wandelaars zijn gebaat bij een stevig paar bergschoenen (type B, B/C) en een paar wandelstokken, zeker om de knieën wat te sparen tijdens de (lange) afdalingen. In het begin van het seizoen verhoogt een pikkel en een paar stijgijzers de veiligheid. We hadden enkel een pikkel bij omdat we het wat onderschat hadden. Gelukkig wat de sneeuw (soms net) zacht genoeg om stappen te maken. Bij koud weer had het penibeler kunnen worden.

ROUTE & BEWEGWIJZERING

De bewegwijzerde wandelroutes zijn over het algemeen heel goed aangeduid met witrode verfstrepen. Op de kruispunten zijn ook wegwijzers aangebracht. Enkel de offtrail-sectie was op eigen inzicht. Ik navigeer vooral op stafkaart, gebruik mijn kompas als dubbelcheck en uitzonderlijk neem ik een GPS erbij.

Je kan een GPX van onze route op de site van Alpenvereinaktiv downloaden.

Hier een overzichtje van onze gelopen route:

KAART

Ik gebruikte de uitstekende stafkaart van Editorial Fraternali (1:25.000) maar duidde toch nog een paar extra routes aan die ik op Alpenvereinaktiv kon terugvinden. Het gloednieuwe pad naar Passo di Lago Gelato (dag 3) staat hier bijvoorbeeld nog niet op. Ik heb de kaart besteld via Atlas & Zanzibar in Gent.

BEREIKBAARHEID

Cogne (die op het parcours ligt van deze tocht) is bereikbaar via het openbaar vervoer (trein tot in Aosta en daarna de bus). Je bent wel even onderweg. We reden met de auto via Luxemburg & Zwitserland naar Valnontey. De auto lieten we achter op de parking in het dorp. Er is één strook (helemaal rechts) waar je gratis kan parkeren. De rest is allemaal betalend. We kregen de tip van de camping-uitbaatster vlakbij (Campeggio Lo Stambecco) waar we bij voor en na onze tocht hebben overnacht.

OVERNACHTEN

Wildbivakkeren is verboden in het Nationaal Park. In het zuidelijk gedeelte kan je normaal gezien overnachten in kleine, metalen en geelgeschilderde bivakhutjes maar door de corona-beperkingen bleken deze niet gebruikt te mogen worden. Daar is plaats voor 6 personen en een tafeltje in aanwezig. Je neemt best voor alle zekerheid al je bivakuitrusting mee indien het hutje volzet is. Er is maar 1 bemande berghut. Gezien we nog vrij vroeg in het seizoen waren, hebben we het er op gewaagd om te bivakkeren volgens het leave-no-trace-principe.

In het noordelijke gedeelte zijn er wel meer berghutten (en kan je dus een huttentocht maken) en ook enkele campings vb. Camping Grivola in Valsaravenche waar we hebben overnacht. In Rhêmes-Notre-Dame (waar er geen camping is) hebben we getracht toestemming te vragen om ergens onze tarp neer te poten maar zonder resultaat. We hebben dan zelf een discrete plaats in het bos gezocht.

Doe je een huttentocht, overweeg dan zeker lid te worden van een bergsportvereniging zoals de KBF of NKBV dan krijg je een aanzienlijke korting op de overnachting in een berghut, en ben je daarenboven heel goed verzekerd (o.a. helikopterredding).

BEVOORRADING

Op de route kan je bevoorraden in Cogne en Rhême-Notre-Dames (kleine winkel).

Eén reactie

Laat een reactie achter op Loïc Van Laere Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s