
Voor het eerst trok ik er alleen voor een meerdaagse bivaktocht op uit. In 5,5 dagen stapte ik van Lac Luitel naar Aiguebelle, van zuid naar noord door het massief van de Belledonne, ten oosten van Grenoble. De GR 738 als leidraad maar met een kleine variante via de hoogste top van het gebied.
Dag 1: Lac Luitel naar Lacs Robert
Afstand: 12,1km, 939m stijgen, 200m dalen
Ik reis vanaf Zwitserland, waar ik mijn bivakervaring doorgaf aan de nieuwe Initiatoren Bergwandelen, door naar Grenoble Université Gières, een klein station in de randstad. Na een kwartier keuvelen in een heteluchtoven kan ik opgelucht de bus opspringen naar Valnauveys-le-Haut. Het uitgebreide busaanbod doorspitten naar de vlotste connectie heeft meer tijd gekost dan mijn wandelroute plannen maar wel geloond. Zo moet ik geen uren wachten op vervoer naar Chamrousse. Voor een start in Vizille heb ik helaas net te weinig tijd maar in deze ‘canicule’ ben ik blij dat ik op een grotere hoogte kan starten.
Wat later sta ik langs de kant van de bloedhete weg richting het skistation mijn duim uit te steken. Mijn vrouwelijke charmes zijn duidelijk niet zo fameus en een lift te versieren gaat wat moeizaam. Gelukkig stopt er toch nog een trailrunner uit Grenoble die me afzet aan Lac Luitel, het startpunt van mijn trip.
De transferstress is van de ketel, nu is het op mijn twee benen te doen. Dat gaat me beter af. Ik loop nog eventjes een ommetje langs het meer om het ook te zien krijgen. Het hoogveengebied is het oudste natuurreservaat van Frankrijk en dateert van 1961. Maar liefst 15 soorten libellen zijn er gespot in deze frisgroene oase. Bivakkeren is er logischerwijze verboden.


Daarna leidt de witrode markering me door uitgestrekte naaldbossen. Het gaat meteen stevig omhoog over bredere wegen maar ook stenige paden. Om het skigebied te omzeilen, steek ik door naar het plateau van Arselle. Aan de horizon duiken voor het eerst échte bergen op: het massief van Les Grand Rousses met toppen ruim boven de 3000 meter.


Op weg naar het populaire Lac Achard dalen veel dagjeswandelaars af. Ook dit bergmeer is intussen beschermd omwille van de fragiele omgeving en je mag er nu geen tentje in de zomer meer opzetten na overlast in het verleden.




Het landschap wordt alpiener en leger. Via Col de la Botte en Col des Lessines wandel ik richting Lacs Robert waar de GR terug langskomt. Her en der duiken tentjes op, gelukkig is er meer dan plaats genoeg en heb ik dus ook wat privacy. De skilift en dorre piste aan de zuidzijde probeer ik te negeren. Het blijft een mooie omgeving om te bivakkeren.
De klimaatverandering laat zich voelen. Vroeger koelde het in de bergen snel af, nu zit ik in mijn t-shirt tot ’s avonds laat, moet zelfs schaduw opzoeken om niet te oververhitten tijdens het avondeten en vraag me af waarom ik geen lichtere slaapzak heb meegenomen.


Dag 2: Lacs Robert naar bivak ten oosten van Brèche de Roche Fendue (incl. beklimming Grand Pic de Belledonne)
Afstand: 21,4km, 1818m stijgen, 1682m dalen
Voor dag en dauw hijs ik de rugzak terug op. De meeste bivakkers liggen nog te slapen. Fijn om om zo van nog enkele rustige wandeluren te genieten. De GR-route leidt me richting Refuge de la Pra. Bij Lac Léama graast een kudde gemzen en poseert de lokale marmot ook even voor de foto.

Ik passeer de ene tent na de andere. Wat is er in 10 jaar tijd toch veel veranderd! Het is best begrijpelijk dat ook in Frankrijk de regelgeving begint te verstrengen. Hier lijkt iedereen zich netjes te gedragen maar de toenemende aanwezigheid van mensen heeft hoe dan ook een steeds grotere impact op fauna en flora.



Vanaf de berghut wijk ik terug van het witrood af om het hoogste punt van het massief mee te pikken: Grand Pic de Belledonne. De centrale piek is het best bereikbaar en 2926m hoog.
Na de Lac de Grand Doménon is er nog heel wat sneeuw te zien. Iedereen zoekt zijn eigen weg naar de top. Col du Bâton lijkt mij te steil dus houd ik genoeg links aan en mik op Col des Rochers Rouges. Daar wordt het reliëf terug wat zachter. Even twijfel ik om de rugzak achter te laten maar ‘voor de sport’ gaat die maar mee omhoog.





De doorsteek richting Col de Freydane loopt langsheen een steile stenige flank. Op een bepaald punt is het pad wat verzakt en minder stabiel. ’t Is weer bijna kortsluiting in mijn hoofd maar na een paar passen ben ik gelukkig terug op vaste grond. Een lange afdaling leidt naar Lac Blanc die zijn turquoise kleur te danken heeft aan de gesteenten en mineralen afkomstig van de Glacier de Freydane.



Refuge Jean Collet kijkt als een adelaarsnest uit over de vallei van Grenoble. Op het terras slurp ik van mijn myrtille-limonade. De late lunch doet mijn wandelbenen volledig leeglopen. De klim naar Col de la Mine de Fer gaat duidelijk niet vanzelf. Na een korte pauze laad ik me op voor de laatste pas van de dag: de Brèche de Roche Fendue.


Tijdens de afdaling kom ik onverwacht een bronnetje tegen met een klein grasperkje ernaast. Lang duurt het niet voor ik er mijn tarp heb opgezet. Eindelijk een bivakplekje voor mij alleen, al passeren er nog wandelaars tot ’s avonds laat.

Dag 3: Bivak naar La Martinette
Afstand: 20,9km, 1234m stijgen, 2317m dalen
De zon is terug van de partij en dat levert prachtige beelden op. Enkele jonge steenbokken spelen op de rotsen. Door ze rustig te benaderen kan ik een toffe foto nemen. Pas de la Coche blijkt een populaire bivakplek, ondanks de hoogspanning die er passeert.




Tijdens de laatste daalmeters naar de berghut Habert d’Aiguebelle herken ik plots de stem van Philippe Annys, mede-stageleider bij Hiking Advisor. Hij is samen met zijn vrouw op verkenning voor de opleiding tot zelfstandig bergwandelaar die hij regelmatig begeleid in deze streek. Een aanrader voor iedereen die graag dit soort tochten zou willen doen. Hij is een vat vol ervaring en kennis.
Hij vraagt zich af waarom ik in godsnaam niet voor de doorsteek vanaf de Pas de la Coche heb gekozen via les Roches Jaunes, maar als fan van hoogtemeters heb ik er geen problemen mee om op de GR te blijven en de Col de l’Aigleton erbij te nemen. Een mooi parcours dat ik me zeker niet beklaag.



Op weg naar de Col de la Vache staat er terug wat technischer terrein te wachten. Een groot en steiler sneeuwveld biedt het uitgelezen moment om mijn nieuwe wandelstijgijzers boven te halen die ook passen op mijn trailrunschoenen: de CAMP Ice master Evo met 13 spikes die 15 mm lang zijn. Zeker op hardere sneeuw een meerwaarde. Wordt het te zacht dan zijn de pinnen toch niet lang genoeg maar is het ook eenvoudiger om met je schoenen treden te maken. Zo kan ik vrij vlot klimmen en hoef ik niet het blokkenterrein in.


Tijdens de afdaling doe ik het zonder en laat me gewoon wat harder op mijn hielen in de zachte sneeuw zakken. Met een prachtig zicht op Lac du Cos vlij ik me neer voor enkele tortilla’s met honing en een blokje kaas. Ik voeg ook wat elektrolyten toe aan mijn water want met dit warme weer merk ik dat ik ongelooflijk veel vocht verlies. Ik heb nog nooit zoveel water gedronken tijdens een bivaktocht.


Ik dacht dat de afdaling naar Fond de France een uitje zou worden, maar niets is minder waar. Vanaf de Refuge des Sept Laux wordt het pad weer een pak technischer. Omdat ik de volgende dag nog de GR738-route terug omhoog zou lopen, kies ik voor het GRP-traject. Zigzaggend over heel rotsige paden blijft het tempo best laag.



De temperaturen gaan wel voelbaar in stijgende lijn. De schaduw van het bos is welgekomen. Behoorlijk opgelucht na toch alweer een pittige etappe vlij ik me neer op het gezellige terras van gîte d’étape La Martinette. Ik bestel er een sirop à l’eau met cassis en een faisselle, lekker frisse verse kaas met myrtille-confituur.
Fijn om ook s’ avonds onder de bomen te kunnen avondeten in leuk gezelschap. Ik sluit er een dagje aan bij de skyrunstage van de Klim- en Bergsportfederatie.
Dag 4: Intermezzo-trailrun naar le Rocher Blanc
Afstand: 22km, 1888m stijgen, 1891m dalen
Eind augustus gaat het Belgische Kampioenschap Skyrunning in dit massief door, tijdens de Echappée Belle. Als onderdeel van de stage wordt de skyrace verkend, de kortste afstand van het BK maar wel over heel technisch terrein. Een lokale trailrunner en accompagnateur en montagne gaat ons begeleiden, hij is de fotograaf die altijd op de bergtop zit tijdens de wedstrijd.
Vandaag heb ik niet meer mee dan een trailrugzakje van 12 liter en daarin een kleine 2 liter water, een regenjas, basis-EHBO, een merinowollen lijfje met lange mouwen, een Garmin Inreach en wat versnaperingen.
Ik word er al meteen afgelopen door de groep tijdens de eerste lichtoplopende kilometers. Dat belooft. Gelukkig komen we daarna op steiler terrein terecht waar ik mijn powerhike-skills kan etaleren. Gezien de voorspelde onweersdreiging, en ook ‘een beetje’ persoonlijke trots, wil ik uiteraard niet de vertragende factor worden.

Bij Refuge des Sept Laux tanken we water bij en maar goed ook want riviertjes of bronnen komen we daarna niet meer tegen. Al snel gaat het offtrail richting le Rocher Blanc, 2928 meter hoog. Op de blokkenvelden wordt er van posities gewisseld. Het is meteen duidelijk dat een toploper zijn op technisch eenvoudige trailruns niet perse betekent dat je ook op skyrunparcours vlot uit de voeten kan. Ik voel me best wel goed in dit soort terrein, al is het ook voor mijn aanpassen op mijn wandeltempo op te voeren.
Van de Glacier de l’Amiante is niet veel meer te zien maar er ligt wel nog een sneeuwveld in de kom. Niets onoverkomelijk. Het venijn zit vooral in de staart. De laatste 50 meter naar de col zijn erg steil en niet bijzonder stabiel. Het is op handen en voeten te doen. Eenmaal op de kam wordt het veiliger. We dalen een beetje af aan de andere zijde om daarna over stabiele blokken terug te klimmen naar de top. Wat een zicht!




De afdaling is iets eenvoudiger en vooral minder steil. Wie deze top dus ook graag eens al wandelend doet, raad ik ook aan om hem heen en terug te doen vanaf de vallei van Combe Madame. Er ligt nog behoorlijk wat sneeuw en dat zorgt ervoor dat we vrij snel kunnen afdalen, al gaat het bij de ene ook al wat gezwinder dan de andere.



Het wolkendek ziet er alsmaar dreigender uit en de wind begint erg stevig aan te wakkeren. Opeens wordt het ieder voor zich. De echte gazellen bereiken de hut net op tijd maar met mijn voorzichtige daaltempo kom ik net als enkele anderen in een heftig onweer terecht. Dikke druppels vliegen in de ogen, ik zie amper nog een steek. In enkele minuten tijd ben ik kleddernat. We vluchten de kleine berghut binnen. Ik ben de enige die een reserve merinowollen lijfje mee heeft en krijg enkele jaloerse blikken. Maar eenmaal de omeletten en hamburgers voor de neus staan, warmen we allemaal wat op.


Niet veel later verschijnt de zon terug en lopen we ons in no time terug droog. Iedereen daalt verder op eigen tempo af. Ik jog wat naar beneden om mijn quadriceps te sparen voor het vervolg van mijn bivaktocht. Ook ’s avonds passeert er nog een serieuze onweerszone, valt de elektriciteit uit door lokale wegenwerken en moeten we deze keer binnen in de gîte eten.
Dag 5: La Martinette naar Torrent du Veyton
Afstand: 24,7km, 1976m stijgen, 1782m dalen
Ik neem afscheid van de groep die nog een tweedaagse huttentocht gaat ondernemen. Het is een zonnige ochtend maar er is alweer gedonder voor de vroege namiddag voorspeld. Niet te veel talmen dus. Na enkele rustige kilometers doorheen de vallei worden de kuiten flink aan het werk gezet. De paden zijn in dit massief toch echt behoorlijk steil en er zijn weinig natuurlijke trapjes in het pad.


Het duurt een tijdje tot de boomgrens bereikt op en er terug wat zicht is op de omgeving. Ik had uitgekeken naar een hogere variant over de Col de la Valloire en Col dus Grand Glacier maar dat bleek toch wat te technisch te zijn en in mijn eentje wil ik dit zeker niet gaan uitproberen. Ook de Col Morétan werd me afgeraden omwille van een steile talud. Tijdens l’Integrale, de ultra-versie van de Echappée Belle, wordt er een touw gehangen. De Col du Vay lijkt me wel haalbaar gezien de afdaling over minder steil terrein gaat.




Na een zonnige lunch onder de Refuge de l’Oule lijkt er nog geen vuiltje aan de lucht maar als ik de steile doorsteek richting Chalet du Vay wil aanzetten, breekt opeens een onweer los. De route die enkel in openstreetmaps te zien is en niet op een officiële kaart staat, gaat via enkele riviergeulen steil omhoog. Dat lijkt me te riskant dus zit er niets verder op dan verder langs de GR te wandelen. Jammer!




Via l’Aup Bernard wandel ik via smalle bospaden door niemandsland naar de Tourbière du Praillet. Een brede track, gelukkig al flink begroeid met gras, zigzagt daarna terug naar beneden. Het voelt toch wat aan als kilometers malen. Mijn gedachten dwalen af.

Bij Plan de l’Ours besluit ik om de bivak op te slaan. Gezien er hoe dan ook onweer aankomt, is dit de meest veilige plaats om te kamperen. De dazen en muggen maken er een écht groot welkomstfeest van. Ik blijf na het avondeten wat ijsberen om ze af te schudden, wordt alsnog tientallen keren gestoken en vlucht dan wanhopig in mijn dichtgeritste bivakzak.
Als de nacht valt, word ik wakker van een heus lichtspektakel. De ene flits na de andere verlicht de hemel. De sluizen gaan terug open maar ik blijf lekker droog en dommel toch vrij snel opnieuw in slaap.


Dag 6: Torrent du Veyton naar Chalet d’Arbarétan
Afstand: 22,7km, 2579m stijgen en 2051m dalen
De hemel is opgeklaard. Ik ben alweer vroeg uit te veren. Bij Refuge de la Pierre du Carré blijkt een mooie bivaklocatie te zijn, vermoedelijk met veel minder insecten maar mijn inziens toch wel veel meer overgeleverd aan het onweer. Bij goed weer zeker een beter alternatief dan het dal. Op Col de Claran duikt de zon op, een goudgele gloed verlicht het landschap. Prachtig!



De afdaling naar Chalet du Pré Nouveau is toch wat pittiger dan verwacht. Het smalle pad lijkt soms door een echt oerwoud te lopen. De regen van afgelopen nacht glijdt via mijn sokken de trailrunschoenen binnen. Mijn voeten worden er kleddernat van. Gelukkig heb ik nog droge kousen mee en aan het hutje is het even switchen.


Het is bijzonder rustig op het pad. Pas bij Refuge des Férices kom ik een trailrunster tegen. Aan het onbemande hutje tank ik terug flink wat water bij. Ik neem binnenin ook een kijkje. Niet meteen aantrekkelijk om er te overnachten maar op zich wel goed uitgerust met matrassen.



De omgeving wordt weer ruiger en mooier. De GR slingert via een steile flank omhoog richting Col d’Arpignon waar ik van de lunchpauze gebruik maak om mijn kleddernatte tarp te drogen. Wel even verankeren met stenen anders gaat die vliegen.



Intussen begin ik me te beraden over het vervolg van mijn route. Gezien ik langere etappes kan maken dan verwacht, begint het me te dagen dat ik misschien toch kan doorlopen naar Aiguebelle en niet vroeger hoef af te buigen naar Épierre waar ook een treinstation is. Maar eigenlijk wilde ik ook graag nog een stuk van het wedstrijdparcours van de sky ultra gaan verkennen die de Pointe de Rognier vanaf de oostzijde benadert. Ik weet echter niet zeker of ik daar nog makkelijk water ga vinden.
Daar zit ik dan. Af en toe loop ik al eens vast en blijf ik twijfelen tussen verschillende opties. En niemand om nu mee te beslissen natuurlijk. Ik weet dat ik de knoop moet doorhakken en kies voor de zekere optie door op de GR te blijven.


Echt overtuigd ben ik nog niet van mijn keuze, maar bij de Sources du Gargoton ben ik toch blij dat ik er lekker fris water vindt. Het plekje nodigt ontzettend uit tot bivakkeren maar het is nog wat te vroeg om neer te strijken. Dus zet ik de kuiten terug in gang richting Col de la Perche.
Graag zou ik de Pointe de Rognier beklimmen. Dus verstop ik mijn rugzak in de struiken, overigens volledig overbodig gezien er hoegenaamd niemand te zien is, en doe mijn trailrugzakje aan met terug de basisuitrusting die altijd mee moet.
Vol moed ga ik van start maar de route wordt steeds technischer en mijn zelfvertrouwen neemt een duik als ik op de kam sta en het laatste klimwerk aanschouw. Behoorlijk wat klauterwerk met steile afgronden en ik heb er geen goed gevoel bij. Met Ivo erbij was ik ongetwijfeld verder gegaan maar besluit om te keren en geen risico’s te nemen. Intussen heb ik ook al te veel artikels gelezen van solowandelaars die dood teruggevonden zijn.


Bij de Chalet d’Arbarétan moet ik even zoeken naar een geschikte bivaklocatie in de stenige ondergrond. Met een fontein, bank en toilet (lees: een plank met een gat) is het echt wel glamping vanavond. Maar ik sta hier helemaal alleen en kan in alle rust genieten van het mooie zicht. Enkel het kruis op de Pointe de Rognier blijft mijn ogen uitsteken, zeker als ik besef hoe dicht ik bij de top gestrand ben. Iets om eind augustus recht te zetten, dan kom ik terug als supporter en ga dat stukje nog gaan verkennen.

Dag 7: Chalet d’Arbarétan naar Aiguebelle
Afstand: 25,9km, 790m stijgen en 2291m dalen
Een nieuwe zonnige dag breekt aan en helaas de laatste van mijn avontuur. Over de Crête des Mollards trekt het panorama zich uit over het laagland tussen Grenoble en Albertville. De bewoonde wereld ligt letterlijk aan mijn voeten.




Een vlotte afdaling leidt richting Bourget-en-Huile, de GR buigt net voor het dorp weg naar het noorden via een leuk pad door het bos. Bij de groene vlakte van les Marais waan ik me in de Vogezen, met zijn beboste flanken en kleine dorpjes.



De laatste klim naar Fort de Montgilbert begint eerst gemoedelijk maar opeens gaat het toch steil bergop. Bij de Source de Gélon had ik gehoopt nog wat te bijtanken maar de bron is quasi opgedroogd. Ik keer even op mijn stappen terug om wat lager met mijn bekertje water te scheppen uit een minuscuul stroompje. Het gaat niet meer lang duren voor ook dat verdwenen is.
Het fort ligt er verlaten en verloederd bij. De hekkens zijn gesloten. Gebouwd tussen 1877 en 1882 moest het de Maurienne-vallei beschermen maar raakte al snel in verval doordat ook de militaire artillerie snel evolueerde.

Nog een laatste stevig knikje en daarna een lange afdaling over de Côte du Suet. Ik bereik Aiguebelle in het leuke gezelschap van twee lokale trailrunners die aan een parcoursverkenning van de Maratrail bezig zijn. Na 42km blijkt bij hen het beste er af en is het op wandeltempo te doen.
Bivakkeren kan gratis op een klein grasveldje achter het bureau van toerisme, maar gezien een douche welgekomen is, besluit ik de trein op te springen naar Chambéry en me onder te dompelen in het comfort van een hotelkamer. Ik heb het verdiend.


Conclusie
De Belledonne is een mooi en gevarieerd gebied. Het zuidelijke stuk is alpiener en en indrukwekkender, maar trekt dan ook behoorlijk wat volk aan. Het noordelijke stuk en zeker het GR-traject loopt vrij vaak door bos. Sommige deeltrajecten en zeker het laatste deel naar Aiguebelle is daarom wat minder boeiend maar je kan er wel genieten van veel meer rust. Van noord naar zuid stappen is wellicht interessanter omdat het landschap dan wat meer opbouwt.
Wie in Vizille start, zal ook nog een lange aanloop in het bos hebben dan als je net als ik Lac Luitel start. De meeste wandelaars nemen de bus naar het skistation van Chamrousse om vandaar te starten, en lopen naar Fond de France, waar je met een bus naar Allevard en vervolgens Grenoble terug kan reizen.
Je vindt hier mijn volledige fotoalbum:
PRAKTISCHE INFO
MOEILIJKHEIDSGRAAD VAN DE TOCHT
Deze tocht is geschikt voor ervaren bergwandelaars met een goede fysieke conditie en voldoende tredzekerheid. De markering is best goed en navigeren lukt dus vlot. Vandaar niveau 3. Enkel als je echt aan het begin van het seizoen op stap gaat en er nog veel sneeuw ligt, wordt de route een pak uitdagender en niet zonder risico. Dat raadt ik enkel heel ervaren bergwandelaars aan. Neem dan zeker (wandel)stijgijzers en pikkel mee.

ROUTE EN BEWEGWIJZERING
De GR-route is roodwit gemarkeerd. De varianten zijn meestal bewegwijzerd met gele verfstrepen met uitzondering van de klim naar Grand Pic de Belledonne, daar heb ik geen verf gezien. Als je die top wil doen, dan moet je een topokaart en ook het terrein kunnen lezen. Ik was er half juli zeker niet alleen maar andere wandelaars kozen niet altijd de beste route dus let een beetje op als je gewoon blindelings in iemands voetsporen gaat volgen. Er ligt nog diep in de zomer sneeuw op dat stuk.
Je kan de gpx van mijn route op de website van Alpenvereinaktiv downloaden.
Hier vind je een overzichtskaart van mijn route:
REISPERIODE & SEIZOEN
Ik liep de tocht van 12 tot 18 juli, er lag nog sneeuw maar niet zoveel meer door de hittegolf die al diverse weken aanhield. Ga je vroeger op stap dan zal er wellicht meer liggen. Sommige cols worden dan risicovoller en ik heb ervaringen gelezen van hikers die in juni nog voor een lagere route moesten kiezen. Beter dus iets later in de zomer op stap gaan. Hou er dan wel rekening mee dat er minder waterpunten zullen zijn, zeker in het noordelijk stuk. Check mijn verslag om te lezen wat je kan verwachten.
BENODIGDE MATERIAAL
Ga je bivakkeren, neem dan altijd een windvaste tent mee want bij onweer ben je vaak erg onbeschut in alpien terrein. Windstoten kunnen fragiel en lichtgewicht materiaal echt wel scheuren of breken.
Tegenwoordig kan je met een slaapzak van comfort rond 0°C ook al uit de voeten als je in hartje zomer op stap gaat. Ga je in september op stap, dan zou ik toch richting -5°C gaan.
Bij veel sneeuw zijn (wandel)stijgijzers en pikkel geen overbodige luxe, integendeel. Gezien het soms steile terrein zal het de veiligheid verhogen. De lengte van de
KAARTEN
Tegenwoordig navigeer ik veel op mijn smartwatch (Garmin Forerunner 965) waar ik de GPX-en op upload. Ik heb de route ook offline beschikbaar op mijn smartphone en gebruik de app Alpenvereinaktiv hiervoor waar je met een abonnement ook de originele stafkaarten als laag kan gebruiken). Daarnaast neem ik nog altijd papieren stafkaarten mee voor het overzicht & back-up. Dit zijn ze:
- 3335 OT Grenoble-Chamrousse (zuidelijke stuk)
- 3335 ET Le Bourg d’Oisans/Alpe d’Huez (zuidelijke stuk)
- 3433 OT Allevard (voor noordelijke stuk vanaf Fond de France)
BEREIKBAARHEID
Het gebied is vlot bereikbaar met het openbaar vervoer en gezien het een tocht in lijn is, ook de meest logische keuze.
Als je start in Vizille en eindigt in Aiguebelle:
- Trein Brussel – Valence – Grenoble en bus naar Vizille. Reis je via Lille Europe, dan neem je de trein naar Lyon en stap je daar over. Er zijn verschillende bussen naar Vizille. Best om zelf de opties te checken via deze link want er zijn er verschillende.
- Trein/bus Aiguebelle – Chambery – Lyon – Brussel of Lille Europa.
Reis je al vanaf Fond de France terug, dan kan je met de bus reizen naar Allevard. En daar kiezen of je bus neemt Allevard – Grenoble of Allevard – Goncelin. In Goncelin kan je de trein nemen naar Chambéry.
Best je ticket tijdig (3-4 maand op voorhand) boeken via https://www.sncf-connect.com/
OVERNACHTING
Je kan kiezen tussen slapen in berghutten of bivakkeren. Enkel in het meest noordelijk gedeelte is er geen berghut meer tussen Refuge de la Pierre du Carré en Aiguebelle. Daar kan je wel slapen in Chalet d’Arbarétan maar moet je wel zelf slaapzak en kookgerei meenemen. Heb je daar geen zin in, dan zal je moeten naar Allevard of Arvillard.
Halverwege mijn tocht sliep ik in gîte d’étape La Martinette in Fond de France, een heel fijn verblijf met vriendelijke huttenwaard. Ook het avondeten was er lekker (ook vegetarisch!). Het ontbijt is sober met muesli en yoghurt/melk en brood met confituur.
BEVOORRADING
Op de route zijn geen supermarkten. Uiteraard kan je in de berghutten wel eten. Je kan vanuit Fond de France (halverwege de tocht) de bus nemen of liften richting Allevard en daar een supermarkt bezoeken.
Plaats een reactie