Paklijst voor een solo-bivaktocht in de zomer

Sinds Ivo zijn hart verloren heeft aan fietsen en we er samen enkel nog op twee wielen op uittrekken, moet ik het nu zelf beredderen op mijn bivaktochten. Mijn paklijst heeft in 25 jaar ervaring ook wel andere transformaties ondergaan. Aangezien de laatste gepubliceerde paklijst op deze blog dateerde van 2018, was het hoog tijd om dat eens een update te geven.

Voor wie meteen in het excel-lijstje wil duiken, kan hieronder mijn paklijst downloaden. Ik heb – waar zinvol – wat extra uitleg voorzien. Wat verder in dit blogbericht duid ik mijn belangrijkste veranderingen van de afgelopen 10 jaar.

De blijver: Mountain Laurel Designs Trailstar

In 2011 durfden we het eindelijk aan om van een tent naar een tarp over te schakelen, en dan nog wel in hartje Wales waar het landschap er niet voor niets altijd groen uitziet. Toegegeven, het was met een bang hartje maar het viel beter mee dan verwacht. En na 15 jaar blijven de voordelen opwegen tegen de nadelen:

  1. Op te zetten met twee wandelstokken
  2. Echt bombproof om stevige stormen te weerstaan (door de piramidevorm & stof: 30D silnylon)
  3. Een heel mooie ruimte voor 2 personen, materiaal én mogelijkheid om te koken
  4. En er is meer contact met ‘buiten’ (als je dat mentaal fijn vindt natuurlijk)

De ingang uit de wind zetten blijft de grootste uitdaging want die laatste durft natuurlijk al eens van richting veranderen… Bij een onvoorspelbare of stevige bries maak ik de ingang wat kleiner zodat ik niet in ’t midden van de nacht moet opstaan om de piketten te verzetten. Been there, done that.

De tarp is al serieus op de proef gesteld door uit de kluiten gewassen onweerders en stormen. Door zijn piramide-vorm blijkt hij relatief weinig windgevoelig, wat bij veel lichtgewicht tenten op de markt minder het geval is omdat ze grotere vlakken hebben en vaak vederlicht materiaal. Intussen is MLD wel overgeschakeld van de 30D silnylon (die wij hebben) naar de 20D silpoly. Die stof is minder vochtgevoelig (gaat dus niet ‘wegzakken’) en is ook lichter, maar iets minder duurzaam en sterk. Een dubbeltje op zijn kant dus. Er is ook een nog lichtere variant gemaakt uit Dyneema/Cuben Fiber maar die kost ook een pakje meer.

En nee, de regen stroomt niet onder je tarp. Net als bij een tent is het belangrijk om niet in een put te gaan staan. Dan draineert de regen perfect weg van je tarp en sijpelt het vaak meteen in de ondergrond. Doe je dat niet, dan krijg je andere taferelen, zie foto hieronder.

De klimaatverandering zorgt voor hogere temperaturen en zo ook een stijgend aantal insecten hoger in de bergen. Dazen kunnen je het leven zuur maken maar onder de tarp komen ze zelden. Op waterrijke locaties worden muggen wel een issue. Op de Britse eilanden hebben de midges het al jaren voor het zeggen en daar wil je vooral niet in hoogzomer opduiken.

Het gebeurt dus af en toe dat ik mijn MLD superlight bivy moet dichtritsen, die ik gelukkig gekocht heb met een groter gaasnet. Ik hang die onder mijn tarp op aan de lus van mijn wandelstok die als centrale stok dient. Dat is iets hoger dan de haakjes die ook voorzien zijn aan de tarp. Ik heb nog voldoende zuurstof en comfort om te slapen. Hieronder een illustratieve foto van de bivakzak die ik gevonden heb op het internet (bron niet duidelijk, het is niet één van mijn foto’s).

Mijn grootste bedenking momenteel bij de tarp en de bivakzak die ik in de VS besteld heb zijn de intussen flink gestegen aankoopprijzen en de douanekosten die je niet meer kunt vermijden. Gelukkig is onze tarp na 14 jaar nog altijd in roulatie, enkel de bivakzak heb ik al eens moeten vervangen. Het is zeker de moeite om uit te kijken naar een interessanter Europees alternatief, maar ik heb nog niets perfect vergelijkbaar gevonden.

De siliconencoating is al meermaals eigenhandig vernieuwd want de waterdichtheid vermindert uiteraard door veelvuldig gebruik, bij elke tent trouwens. Bij een tarp heb je het gewoon sneller door omdat de regen opeens gaat verstuiven doorheen het tentdoek. Het enige wat je nodig hebt: kleurloze siliconen uit de doe-het-zelfzaak en whitespirit (mengen in verhouding van ongeveer 1 op 6 of tot iets dat niet te dun en niet te dik is) en een brede kwast. Kies een droge dag uit, zet de tarp (of tent) op in je tuin (of die van je schoonouders…) en schilderen maar. Dit kan je trouwens doen met elke silnylontent, en bij silpoly werkt het op dezelfde manier.

De nieuwkomer: MSR windburner

Er zijn heel wat branders gericht voor 1-persoonsgebruik. De ene zweert bij een mini-gasbrandertje die je bovenaan op de bidon schroeft, de andere bij een alcoholbrandertje (die je overigens DIY-gewijs uit een alcoholblikje kan maken). Mijn geduld om te wachten op mijn eten is net iets minder groot. Hoe sneller mijn water kookt, hoe beter.

Na de befaamde Jetboil kwam MSR met een gelijkaardige all-in-one-brander op de markt die minder windgevoelig bleek te zijn. Zoals je kan zien past alles op elkaar en zit er ook een warmtewisselaar in verwerkt. Dat zorgt voor een iets groter gewicht maar biedt 3 grote voordelen:

  • Zo goed als windongevoelig behalve bij het aansteken, dus geen windscherm nodig
  • Gigantisch snel
  • Zuinig in gasverbruik

De afweging: trailrunschoenen versus bergbotinnen

Ik heb er doorheen de jaren diverse keren mee geëxperimenteerd om trailrunschoenen in plaats van bergbotinnen te gebruiken. Als je tredzeker bent en voldoende getrainde enkels hebt, is het perfect mogelijk om ook met een bivakrugzak op stap te gaan, zelfs op moeilijkere paden. Het verschil in gewicht is best wel groot: ongeveer 500 versus 1500 gram. En dat maakt dat je voeten minder vermoeid zijn na een lange dagetappe.

Bij twee aspecten blijven trailschoenen wat mij betreft in het nadeel: (1) sneeuwvelden (je kan met bergschoenen beter treden schoppen in hardere sneeuw) en (2) slijtage (op zwaar bergterrein zien trailschoenen wel af en gaan ze hoe dan ook minder lang mee).

Doorheen de jaren merk ik wel vooruitgang. Het gamma aan trailschoenen is gigantisch uitgebreid geworden, ook omdat het trailrunnen intussen heel populair is. Mits een kritische blik kan je modellen vinden die robuuster zijn en ook veel grip bieden op rotsige ondergrond.

Daarnaast zijn er al verschillende wandelstijgijzers te vinden die ook op trailschoenen passen. De lengte van de spikes is wel heel verschillend en hebben daardoor een groot effect op de grip (en het gewicht). Ik gebruik nu de de CAMP Ice master Evo met 13 spikes die 15 mm lang zijn. Met 500 gram wat zwaarder dan gemiddeld maar ook de betere van het pak.

Je moet er geen wonderen van verwachten, vooral als enkel toplaag van de sneeuw zacht is met daaronder een hardere laag, kan je nog altijd wat glijden omdat je spikes soms niet lang genoeg zijn.

Verwacht je veel steile sneeuwpassages op een tocht dan blijven volwaardige stijgijzers (die trouwens enkel op stijvere bergschoenen passen, dus minimaal B/C) én pikkel aan te raden in functie van veiligheid. Maar je moet je dan uiteraard ook afvragen of je voor zo’n tocht voorbereid bent en over de juiste vaardigheden beschikt om deze tools correct te hanteren.

Eruit gebonjourd: de frameloze rugzak

In navolging van enkele bevriende UL-hikers (ultra lightweight) heb ik het uitgeprobeerd: een rugzak zonder frame. Dat werkte toch niet goed voor bivaktochten waarbij je kilo’s kunnen oplopen als je voor veel dagen voeding moet meenemen.

Het comfort was een pak minder. Je draagt veel meer op je schouders en hebt minder overdracht naar de heupen. En de schouderriemen, die ook minder stevigheid hebben dan bij een klassieke rugzak, werden al snel minder comfortabel.

Gelukkig is de buitensportmarkt al zo geëvolueerd dat framerugzakken veel lichter geworden zijn. Mijn eerste bivakrugzak woog 3 kilo (!) zonder dat er iets in zat, maar hij gaat uiteraard wel al meer dan 20 jaar mee en wordt nog ingezet bij mijn winterbivaktochten gezien hij ook wel erg groot is (65 + 20 liter).

Mijn criteria:

  • Gewicht rond de 1,5 kg voor een rugzak van 60 liter. Er zijn uiteraard nog veel lichtere modellen op de markt maar dat gaat altijd ergens ten koste van duurzaamheid en/of comfort.
  • Comfortabele heupgordel en schouderriemen (uit te testen door in een fysieke winkel je rugzak met minstens 10kg gewicht te dragen, niet online kopen dus).
  • Opbergzakjes verwerkt in de heupriem, bijzonder handig om je snacks snel bij de hand te hebben.
  • Dubbele gespen aan de zijkant van de rugzak zodat je – bij de start van een lange bivaktocht – nog iets aan de zijkant kan hangen (vb. tarp) als er niet alles inpast.
  • 1 hoofdcompartiment is voor mij voldoende, mijn slaapgerief en kledij zit toch onderaan, daarboven mijn voeding & kookgerei, en regenjas en lunch bovenaan. Een topcompartiment vind ik wel belangrijk om zaken als zonnebril- en crème, EHBO, Inreach, enz. snel bij de hand te hebben.
  • Opbergzakjes uit mesh vooraan en opzij zijn geen must maar kunnen handig om snel iets van kledij weg te steken of klaar te houden (vb. regenjas).

De uitdaging blijft vooral wat je erin stopt. Sommige items zijn in de loop van de jaren steeds lichter geworden maar daartegenover staat helaas ook de ganse elektronicawinkel die me meezeulen. Van een powerbank had ik twintig jaar geleden nog nooit gehoord. Zo veel mogelijk vliegtuigstand inschakelen, genieten van de offline-wereld en dan zijn er geen oplaadzorgen.

2 reacties op “Paklijst voor een solo-bivaktocht in de zomer”

  1. Interessant om te lezen wat er wel/niet verandert doorheen de jaren.
    Mijn laatste grote ontdekking is toch de quilt, wat mijn slaapzakgewicht heeft gehalveerd voor quasi dezelfde warmte. Werkt goed voor mij!

    1. Interessant! Welke quilt heb je? Met deze warm temperaturen begin ik mijn slaapzak ook steeds vaker gewoon als deken uit te spreiden. In de winter of erg koude temperaturen blijf ik wel fan van een mummy.

Geef een reactie

Ontdek meer van Debbie's tochten

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder